Psalmen 1:1

 Psalmen 1:1
Gelukkig is de man die niet wandelde in de raad van de goddelozen, noch stond op de weg der zondaren, noch zat op de zetel der spotters.

A- Psalm 112, vers 1

Loof Jah! Aleph

Gelukkig is de man die de HEER vreest

Beth

In wiens geboden hij grote vreugde heeft gevonden

A- Mattheüs 5:3

Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke armoede, want het koninkrijk der hemelen behoort hun toe.


B- 2 Kronieken 22:3

Hij wandelde ook in de wegen van het huis van Achab, want zijn moeder werd zijn raadgeefster om kwaad te doen.


B- Job 21:16

Zie! Hun welzijn ligt niet in hun eigen macht. De raad van de goddelozen is ver van mij gebleven.


B- Psalm 64:2

Moge U mij ver weg houden van de vertrouwelijke gesprekken van kwaaddoeners, van het rumoer van hen die kwaad bedrijven.


B- Mattheüs 26:4

"En zij beraamden samen een list om Jezus te grijpen en hem te doden."


B- Handelingen 9:23

Toen er een bepaald aantal dagen voorbij waren, spanden de Joden samen om hem te doden.

C- Spreuken 4:14

Ga niet op het pad van de goddelozen, en begeef je niet op de weg van de boosdoener.


D- Psalm 26:4

Ik heb geen plaats genomen onder valse mensen, en bij hen die verbergen wat ze zijn, zal ik niet ingaan.

D- Psalm 69:12

De mensen die bij de poort zitten, hebben aandacht aan mij besteed, en ik ben het onderwerp van liederen geworden onder degenen die dronken drinken.


D- Spreuken 22:10

Verjaag de spotter, zodat de ruzie verdwijnt en de twist en de oneer ophouden.


D- 2 Petrus 3:3

Want dit moet u allereerst begrijpen: in de laatste dagen zullen spotters komen met hun spot, die hun eigen verlangens volgen.

Reacties